Beleid

Naast richtlijnen en protocollen heeft de werkgever een wettelijke plicht om scholing en voorlichting te geven aan medewerkers om ongewenst en grensoverschrijdend gedrag te signaleren en hiermee om te gaan. Naast algemene voorlichting is het belangrijk om ook maatwerktraining aan te bieden, bijvoorbeeld ingericht op de bijzonderheden of de meest voorkomende vormen van ongewenst gedrag op een afdeling.

Om te komen tot een goed beleid met betrekking tot ongewenst gedrag is het raadzaam om een cyclische aanpak te hanteren. Hierbij worden de risico’s van ongewenst gedrag periodiek in beeld gebracht en kunnen ze tijdig worden ondervangen. Hieronder wordt per stap een uitleg gegeven.

Inventariseren

Denk hierbij aan:

  1. Ongewenst gedrag in de RI&E.
  2. Medewerkertevredenheidsonderzoek, specifieke uitvraag op ongewenst gedrag.
  3. Medewerkertevredenheidsonderzoek, bevragen op samenwerking en betrokkenheid, teamfunctioneren en samenwerken met andere afdelingen.

Maatregelen

Er is onderscheid tussen het niveau van aandacht en het gesprek en het niveau van systemen.

Niveau van aandacht en het gesprek:

  1. Opvang en peer-support
  2. Opvang door leidinggevende
  3. Voorlichting
  4. Teambegeleiding (maatwerk)
  5. Plan van aanpak op basis van inventarisaties
  6. Aandacht door raad van bestuur / hoger management

Niveau van systemen

  1. Regelingen en beleid
  2. Governance code
  3. Meldsysteem incidenten
  4. Vertrouwenspersonen (intern/extern)
  5. Klachtonderzoek

Evalueren

Evaluaties kunnen aan de hand van de volgende middelen worden uitgevoerd:

  1. Jaarverslag
  2. Jaarverslagbespreking met Raad van Bestuur en/of HRM
  3. Aandacht in planning en controle-cyclus
  4. Regulier overleg met vertrouwenspersonen. Rol HRM
  5. Vertrouwenspersonen voor specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld arts-assistenten

PDCA periodiek maken

  1. Ontwikkel visie en beleid rondom gewenst en ongewenst gedrag die aansluit bij de strategie van de organisatie. Maak helder welk gedrag gewenst is en op welke wijze de organisatie omgaat met ongewenst gedrag. Dit kan vastgelegd worden in een gedragscode.
  2. Leg taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vast.  
  3. Stel een beleid op met minimaal de volgende onderwerpen: omschrijving van relevante begrippen (wat is ongewenst gedrag?), werkingssfeer van het beleid, preventie van ongewenste omgangsvormen, het informele en het formele traject (klachtenprocedure), een vertrouwenspersoon en een adequaat meldsysteem met voorlichting en gedragsregels
  4. Regeling voor opvang, begeleiding en nazorg voor medewerkers die geconfronteerd zijn met ongewenst gedrag.
  5. Jaarverslag vertrouwenspersonen.
  6. Waar nodig organisatorische, bouwkundige en/of elektronische maatregelen.