Good Practices

Maatgevende scenario’s

Maatgevende scenario’s: Er kan van alles gebeuren, van een klein brandje tot aan een vliegtuig dat neerstort op de instelling. In een noodplan worden alleen dié scenario’s meegenomen die realistisch zijn en waar de BNO tegenop gewassen is.

Om de BNO en BHV op maat te maken voor de eigen instelling is het noodzakelijk om inzicht te krijgen in de maatgevende scenario’s. De arbo-coördinator hoeft niet de leiding te nemen in dit proces, vaak is dat een veiligheidskundige (intern of van een adviesbureau), maar het is voor de arbo-coördinator wel van belang inzicht te hebben.

Het proces kan er als volgt uitzien:

  • Bepalen ambitieniveau
  • Bepalen van het team dat dit proces uitvoert
  • Bepalen welke scenario’s worden meegenomen
  • Bepalen hoe met de scenario’s wordt omgegaan
  • Bepalen van de grootte en kwaliteit van de BNO
  • Bepalen of er aanvullende bouwkundige en of technische maatregelen nodig zijn
  • Opnieuw bepalen van grootte en kwaliteit van de BNO
  • Accordering door de RvB
  • Borging in kwaliteitssysteem

In veel ziekenhuizen is er al een BNO. Vaak wordt uitgegaan van ‘standaard’ scenario’s zoals brand op een patiëntenkamer. Echter, keer op keer worden instellingen verrast door de omvang en de gevolgen van incidenten. Om ervoor te zorgen dat er bewuste keuzes gemaakt kunnen worden is het uitvoeren van maatgevende scenario sessies van belang. Dit kan voor de bestaande situatie, en moet zeker bij nieuw- en verbouw.

Het bepalen van het ambitieniveau geeft helderheid omtrent de zwaarte van de maatregelen die moeten worden genomen. Dit ambitieniveau moet door de RvB worden uitgesproken en gedocumenteerd. Voor een IC/OK kan het bijvoorbeeld zijn dat ondanks een incident het complex (deels) moet kunnen blijven functioneren. Voor administratieve afdelingen kan het niveau lager liggen, zeker als er ‘turn key’ ruimte in de buurt beschikbaar is.

Team: het is goed om een multidisciplinair team in te zetten, bijvoorbeeld bestaande uit: een medicus, verpleegkundige, bouwkundige, technicus, (hoofd) BHV, hoofd facilitair. Een procesbegeleider is noodzakelijk. Dit kan een veiligheidskundige zijn.

Bepalen scenario’s

In het boekje: ‘brandveiligheid voor jeugdzorg en instellingen’ worden op blz 42 al een aantal incident typen benoemd. Dit kan een goede start zijn.

De groep bepaalt welke er bij/af kunnen. Vervolgens wordt per incident bepaald waar dit kan optreden en wat de (maximale) gevolgen kunnen zijn.

Nadat deze in kaart zijn gebracht moet bepaald worden hoe met deze incidenten wordt omgegaan. Dit bepaalt de grootte en zwaarte van de BNO. Het kan zijn dat blijkt dat een scenario strijdig is met het ambitieniveau. (verlies van gehele OK complex). Dan moet bekeken worden welke maatregelen genomen moeten worden om het maximale effect zodanig te reduceren dat het ambitieniveau wél wordt gehaald. In de praktijk betekent dit vrijwel altijd een combinatie van bouwkundige, technische en organisatorische maatregelen.

Nadat de groep alles in kaart heeft gebracht en de verbeteringen beschreven, zal de RvB haar akkoord moeten geven. Tot slot moet bewaakt worden dat er bij veranderingen (een deel van) het proces opnieuw wordt doorlopen. Borging kan door het element op te nemen in het kwaliteitssysteem (NIAZ/JCI of aanverwante).

Een voorbeeld:

Algemeen ziekenhuis gaat een nieuw pand bouwen. Tijdens de sessie komt het OK complex voorbij: de verschillende scenario’s worden besproken: brand, uitval utiliteitsvoorzieningen, chemicaliën spill. Het blijkt dat op basis van de geplande voorzieningen een brand in een OK eenvoudig tot verlies van het gehele complex kan leiden, cq dat door rook/warmte schade het complex langere tijd niet beschikbaar is.

Omdat voor de nieuwbouw de RvB hoge ambities tav zorg en veiligheid heeft uitgesproken wordt bekeken welke maatregelen genomen moeten worden. Een optie is om het complex zó uit te voeren dat bij een calamiteit slechts de helft verloren gaat. Een andere is om het voorzieningen niveau omhoog te brengen: detectie en automatische blussing. Ook wordt gekeken naar de bezettingsgraad, het aantal benodigde BHV’ers en de mogelijkheden voor uitwijken naar een ander ziekenhuis. Uiteindelijk wordt besloten om:

Het OK complex niét te scheiden. Dubbeling van alle voorzieningen, ringleidingen etc is gelet op de kans en effect te kostbaar.
Wél aanvullende maatregelen te nemen: totaaldetectie, blussers en dekens op de OK’s, extra afsluiters voor gassen, reductie van opslag, watermist installatie BHV opleiding en training voor alle OK assistenten. Periodieke brandblustraining voor hele OK personeel (incl medici)

Om bij een incident snel capaciteit te hebben wordt bekeken of naast het ziekenhuis ruimte is vrij te houden om nood OK’s te plaatsen. De grond kan worden geprepareerd (stelcon platen) en alle aansluitingen al gemaakt (data, gassen, water, stroom etc). Logistiek gezien kan het. Dit wordt gezien als een goede ‘fall back’ die kwalitatief hoogwaardig is en geen te hoge kosten met zich meebrengt.

Dit besluit wordt voorgelegd aan de bouwdirectie en die brengt het in bij de RvB. Deze accordeert de aanvullende kosten.
Tijdens het bouwproces wordt bewaakt dat het afgesproken ambitieniveau wordt gehaald.
In de gebruiksfase vinden periodieke controles plaats.
Er wordt voor gezorgd dat bij aanpassingen (technisch, bouwkundig, organisatorisch) de oorspronkelijke uitgangspunten worden bewaakt.

Nieuwe ontwikkelingen worden gemonitord en periodiek gecheckt of deze van invloed kunnen zijn op de uitgangspunten.
Deze cyclus van checks & balances kan het beste in het kwaliteitssysteem van het ziekenhuis (bijv NIAZ) worden ondergebracht.