Rollen

In een instelling zijn ten aanzien van de BNO/BHV meerdere rollen te onderscheiden. Uiteraard is niet iedere instelling hetzelfde, dus er kan lokaal gevarieerd moeten worden. Onderstaande is dan ook een suggestie. Belangrijk is dat:

  • Rollen zijn benoemd
  • Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn beschreven
  • Er een eigenaar van het systeem is benoemd
  • Het systeem meebeweegt met de organisatie

Raad van Toezicht

Controleert de RvB op afstand. Belangrijkste instrument voor de RvT is de managementreview. Dit kan zijn in de vorm van een jaarverslag of van audits van het kwaliteitssysteem.

Raad van Bestuur

De RvB is hoofdverantwoordelijk voor de veiligheid. Zij beslist over de verdeling van de aanwezige middelen en bepaalt het ambitieniveau. Veiligheid, en dus ook ziekenhuisveiligheid, inclusief crisis-management en BHV, dient bij een van de leden van de RvB belegd te zijn. Soms stopt de verant-woordelijkheid één niveau onder de RvB, dit is echter niet wenselijk.

Afdelings / divisie hoofden

Het afdelingshoofd is verantwoordelijk voor de veiligheid op zijn afdeling(en). Ten aanzien van BHV is hij het die voldoende medewerkers moet vrijmaken. Ook is hij verantwoordelijk voor het up to date zijn van kennis en competenties van medewerkers en het (laten) uitvoeren van oefeningen.

Medewerkers

Medewerkers moeten (oa vanuit de Arbowet) meewerken aan opleiding en training. Kennis van de eigen afdeling is essentieel. Onderdeel daarvan is te weten hoe te reageren bij incidenten, hoe er ontruimd gaat worden. Ook zijn medewerkers diegenen die de patiënten en bezoekers informeren over de veiligheid op de afdeling. Uiteraard melden zij gevaarlijke situaties en (bijna) incidenten en zorgen zij ervoor dat de afdeling is opgeruimd, er niet teveel voorraden zijn (denk aan brandbare stoffen zoals handenalcohol) de nooduitgang(en) vrij zijn, de gangen niet versperd worden door bedden etc. De brandblusmiddelen bereikbaar zijn en weten hoe deze en andere hulpmiddelen te gebruiken.

BHV’ers

Hier maken we onderscheid tussen het Hoofd BHV en de BHV’ers.
Het hoofd is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de BHV organisatie. Daarvoor heeft hij bevoegdheden en budget. Ook is hij verantwoordelijk voor het houden van oefeningen. Afhankelijk van de manier waarop de instelling is georganiseerd zal de verantwoordelijkheid voor zaken als: het noodplan, de ontruimingsplattegronden, de brandblussers, BMC etc apart belegd zijn bij bijvoorbeeld Facilitair, Techniek, Veiligheidskundige etc.

De BHV’ers zijn verantwoordelijk voor het operationeel optreden. Zij fungeren als 1e lijns verdediging en helpen bij: ongevallen, ontruimen, bestrijden van een beginnende brand, het opruimen van chemicaliën Spills, stroomstoring etc. (zie de lijst van maatgevende scenario’s). Uiteraard is dit begrensd door de kennis en vaardigheden van de BHV’er.

Ploegleiders BHV

Bij grotere BHV’s kan deze bestaan uit meerdere ploegen. Zo’n ploeg wordt dan geleid door een ploegleider. Deze heeft aanvullende opleidingen en trainingen gehad. De ploegleider geeft leiding aan een ploeg: stuurt deze aan, communiceert en fungeert als ‘linking pin’. De ploegleider overziet de situatie en let daarbij op de veiligheid van zijn ploeg en het uitvoeren van de werkzaamheden. De ploegleider kan meedoen maar kan vaak beter afstand en daarmee overzicht bewaren.

Naast de interne rollen zijn er ook externen die een rol vervullen bij (de voorbereiding op) incidenten. Omdat dit er veel zijn benoemen wij hier de belangrijkste:

Gemeente

De Gemeente is het bevoegd gezag voor het afgeven van de gebruiksvergunning. Deze maakt tegenwoordig deel uit van de omgevingsvergunning. Om een gebruiksvergunning te krijgen of te houden dient onder meer een ontruimingsplan te worden ingeleverd (conform NTA 8112) en dient helder gemaakt te worden dat de interne noodorganisatie op orde is. Daarnaast worden eisen gesteld aan de bouwkundige en installatietechnische eisen. Wie verantwoordelijk is voor het ontruimings- en -noodplan) aan instellingzijde is aan de instelling.

Brandweer

De brandweer adviseert de gemeente over de gebruiksvergunning. Ook komt de brandweer periodiek langs voor inspectie. Ook kan de brandweer langs komen voor afstemming over het aanvalsplan en voor het up to date houden van de kennis over de instelling bij de uitrukdienst.

Bevelvoerder Brandweer

Bij een melding zal de brandweer uitrukken. De bevelvoerder van het eerst aankomende voertuig (meestal een tankautospuit (TAS) neemt de leiding. De bevelvoerder wil opgevangen worden door een gids die hem verdere informatie kan geven over het incident en hem naar de plaats incident leidt.

OvD en HOvD

Bij een echte brand in een instelling wordt door de brandweer vaak direct ‘middelbrand’ gegeven. Dit betekent dat er 2 TAS uitrukken en dat er een Officier van Dienst (OvD) wordt opgeroepen. Bij grotere branden kan dit ook een Hoofdofficier van Dienst zijn (HOvD). Deze neemt dan de leiding ter plaatse over en communiceert met het operationele team van de gemeente indien er daar wordt opgeschaald (GRIP)

IGZ

De Inspectie is zowel beleidsmatig als handhavend belast met de kwaliteit van zorg. Het omgaan met incidenten is daar onderdeel van. De IGZ kan tijdens audits het kwaliteitssysteem doorlichten en dan ook naar o.a. de brandveiligheid vragen.

Patiënten / Patiëntenverenigingen

Er wordt veel over de patiënten beslist. Een van de dingen is hoe er met patiënten wordt omgegaan in geval van een incident. Omdat communicatie mét patiënten steeds belangrijker wordt verdient het aanbeveling om ervoor te zorgen dat (vertegenwoordigers van) patiënten inzicht krijgen in het noodplan, de mogelijkheden en onmogelijkheden en eventuele dilemma’s. Ook zal iedere patiënt bij opname verteld moeten worden wat de procedures zijn bij een incident. Juist het feit dat incidenten zeldzaam zijn én dat patiënten over het algemeen niet-zelfredzaam zijn maakt dat zij op de hoogte gesteld moeten worden. Uiteraard strekt deze informatievoorziening zich ook uit naar de directe betrokkenen van de patiënt.