Frequently Asked Questions (FAQ)

Deze lijst van ‘frequently asked questions (faq) probeert snel inzicht te geven in de meest prangende vragen. De lijst bestaat nu uit 20 vragen en wordt uitgebreid naarmate er meer ervaring komt met het gebruik van de AC BHV.

1) Hoeveel BHV’ers moet ik hebben?

Deze vraag kan op meerdere niveaus worden beantwoordt. Het algemene antwoord is: er zijn geen wettelijke minimum eisen. Er is sprake van ‘zorg op maat’. Uit een risico analyse moet blijken hoe groot de BHV moet zijn. Om de benodigde capaciteit BHV in kaart te brengen is het van belang om alle mogelijke scenario’s in kaart te brengen. Het is belangrijk om de diversiteit in afdelingen mee te nemen in deze scenario’s. Bij elk scenario kan beoordeeld worden welke inzet en capaciteit van de BHV noodzakelijk is.

 

2) Welke opleiding moeten de BHV’ers hebben?

Vaak wordt gedacht dat alle BHV’ers de ‘standaard’ opleiding moeten hebben. (initieel 2 dagen, 1 dag brand en ontruimen 1 dag LEH, jaarlijks 1 dag herhaling). Dit is niet juist. Zorg op basis van de analyse voor opleidingsprofielen. Niet alle BHV’ers hoeven alles te kunnen. Afhankelijk van het type afdeling kunnen specifieke eisen nodig zijn (bijvoorbeeld: lab, OK). Ga bijvoorbeeld met een opleidingsinstituut in de slag om de opleidings- en trainingsbehoefte te bepalen. In een ziekenhuis zijn veel medewerkers bekend met LEH en reanimatie. Ook is er vrijwel altijd een crashteam. Van belang is dat er zodanige afspraken gemaakt worden dat te allen tijde hulp snel voorhanden is.

3) Hoe vaak moet de opleiding worden herhaald?

Sommige opleiders geven een certificaat af waarop staat dat er minimaal jaarlijks herhaald moet worden anders verliest het zijn geldigheid. Dit soort certificaten heeft geen andere waarde dan die de opleider er aan toekent. Ook hier geldt weer dat soms een jaarlijkse herhaling voldoende is en soms te weinig. Het gaat erom dat kennis up to date is en dat competenties niet verloren gaan. Het 1x/jaar oefenen van hartmassage is wellicht te weinig. Het 1x/jaar blussen van een brandje in een container te vaak.

4) Is de standaard BHV opleiding voldoende?

Soms wel. Uit de maatgevende scenario’s volgt welke capaciteit en kwantiteit op een afdeling nodig is. BHV, zeker in een instelling, is maatwerk.

5) Moet ik BHV’ers met adembescherming hebben?

Het hoeft niet, alleen, het kan in sommige gevallen nuttig blijken. Als er sprake is van bijzondere risico’s (chemicaliën, biologische agentia, specifieke (Ra) labs) dan kan het zijn dat betreden van de plaats incident slechts kan met beschermende kleding en ademlucht. Als er geen eigen medewerkers zijn, dan zal gewacht moeten worden op de OHD (brandweer). Bedenk dat het onderhouden van een (team) BHV’ers met ademlucht tijd, geld en energie kost (mensen en middelen). Er is een gedegen opleiding nodig en frequent oefenen.

6) Moet mijn BHV rond de klok aanwezig zijn?

Een BHV is er ook voor het in veiligheid brengen van patiënten, bezoekers, medewerkers. Dus voor al die plekken waar 24/7 mensen zijn zal BHV moeten worden geregeld. Afhankelijk van de afstanden kan BHV samengesteld worden uit meerdere afdelingen.

7) Mag ik beveilingsmedewerkers BHV taken laten uitvoeren?

Bij veel beveiligers is BHV een onderdeel van hun opleiding. Het ligt daarmee in de rede om hen ook BHV taken te geven (bijvoorbeeld intern gidsen van de brandweer). Let er wel op dat beveiligers in noodsituaties ook beveiligingstaken uit moeten voeren. Dan kan rol onduidelijkheid ontstaan. Goede afspraken zijn dan nodig.

8) Hoe zorg ik dat BHV’ers gewaarschuwd worden?

Er zijn veel systemen om BHV medewerkers snel op de hoogte te stellen. De PZI (Personen zoek installatie) wordt aangestuurd door de brandmeldcentrale (BMC). Naast brandmeldingen (met locatie aanduiding) kunnen ook signalen gegeven worden over andere typen incidenten. Het is noodzakelijk BHV’ers, bijvoorbeeld ploegleiders, uit te rusten met portofoons.

9) Wie maakt het noodplan/ontruimingsplan van de instelling/afdeling?

Het ontruimingsplan is onderdeel van het noodplan. Beide worden vaak gemaakt en beheerd door de veiligheidskundige en/of het hoofd BHV. Het ontruimingsplan maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning brandveilig gebruik.

Per afdeling is er een ontruimingsplattegrond. Dit moet up-to-date zijn en op de juiste plek in de gangen hangen.

10) Hoe vaak moet er een ontruimingsoefening gehouden worden?

Het eenvoudige antwoord is: zo vaak als nodig. In de gebruiksvergunning staat vaak 1x per jaar. Het is niet nodig iedere keer de hele instelling te ontruimen (evacuatie). Bij voorkeur wordt slechts één afdeling ontruimt (horizontaal naar een andere afdeling). 1x/jaar kan genoeg zijn, maar soms is het, zeker in de opbouwfase, beter om vaker te oefenen. Oefenen kan aangekondigd of niet en van eenvoudig (alleen ontruimen) tot ingewikkeld met knetterkasten, rookmachines en lotusslachtoffers. Belangrijk is: te observeren, een log bij te houden, te evalueren, te leren. Zorg bij iedere oefening voor voldoende waarnemers.

Als je iedere afdeling minimaal 1x/jaar wil oefenen dan ben je al gauw meerdere oefeningen per week aan het houden. Dit kan te belastend zijn en dan kunnen ‘table top’ oefeningen helpen.

11) Hoe weet ik welke BHV’ers aanwezig zijn?

Er zijn diverse manieren om (centraal) te registreren welke BHV’ers aanwezig zijn. Dit kan van eenvoudig (melden bij binnenkomst), via melden met de portofoon tot aan automatisch door het ophalen van de PZI uit het rek. Doel is dat helder is voor het hoofd BHV, arbo-coördinator hoeveel BHV’ers er zijn, of het er genoeg zijn en waar ze zijn.

12) Hoe ruim ik een cytostatica/gevaarlijke stoffen spill op?

Een spill van cytostatica is vergelijkbaar met een willekeurig andere chemicaliën spill. Vaak wordt de BHV ingezet om het op te ruimen. Er zijn standaard protocollen voor. Belangrijk is te zorgen voor een chemicaliën spill kit en hier oefeningen op te organiseren. Deze worden door leveranciers van veiligheidsmaterialen geleverd.

13) Wie vangt de brandweer op en waar?

Als er een incident is, meestal brand maar een ander type kan ook, dan komen de Openbare Hulpverleningsdiensten (OHD). De brandweer heeft voor de instelling een aanvalsplan. Op dit plan staan de voor de brandweer belangrijkste zaken zoals: locaties van hoofdschakelaars/afsluiters, ontmoetingspunt met de BHV, opstelplaatsen van voertuigen, aansluitingen voor water. Het is dus van belang het aanvalsplan en het noodplan op elkaar af te stemmen. Meestal is er een beveiliger (die opgeleid is als BHV’er) die als gids de brandweer opvangt en deze naar de plaats incident begeleid.

14) Is er noodstroom en is dit voldoende als de stroom uitvalt?

Ieder ziekenhuis heeft een of meer noodstroomgeneratoren (helaas nog niet alle andere instellingen). Als de netstroom uitvalt schakelen deze automatisch in. Het kan zijn dat er even een moment zonder stroom is. Sommige apparatuur kan daar minder goed tegen en moet dan gereset worden. Wandcontactdozen die op noodstroom zijn aangesloten zijn vaak in een afwijkende kleur (rood of groen). Sommige afdelingen zijn in hun geheel op noodstroom aangesloten (IC, OK complex). Belangrijk is bij te houden hoeveel belasting de aggregaten kunnen hebben, want er wordt in de loop der tijd steeds meer apparatuur op aangesloten. Als dan de stroom uitvalt valt de noodstroom ook uit vanwege overbelasting.

15) Welke e-learning programma’s zijn er voor BHV?

Een van de betere en bekendere is die van Niveo. E-learning kan een goed hulpmiddel zijn om een grote groep medewerkers ‘up to date’ te houden. Daarnaast is het wel nodig om ‘echt’ te oefenen, met echt vuur en met slachtoffers (lotus).

Inloggen bij niveo:
https://login.niveo.nl/
Gebruikersnaam: niveobhv
Wachtwoord: niveobhv

16) Welke uitrusting moeten mijn BHV’ers hebben?

Deze vraag valt uiteen in meerdere deelvragen: Belangrijk is dat BHV’ers herkenbaar zijn. Hier kan een vestje met achterop de letters BHV (vergelijkbaar met signaalvest in de auto) goed dienst doen. Ook kan een duidelijke armband met de letters BHV of ontruimer dienst doen. De verdere uitrusting volgt uit de risico analyse en kan bestaan uit: brandwerende overalls, chemicaliën spill kits, extra blusmiddelen, communicatie apparatuur, mappen met plattegronden en procedures, afzet linten tot aan ademlucht en volledige brandweer uitrusting. Denk ook aan het gebruik van de camera van smartphones voor het maken van opnamen van oefeningen en incidenten.

17) Hoeveel vergoeding krijgen de BHV’ers?

Het Rijk hanteert een vergoedingstelsel voor BHV’ers van het Rijk. Deze kan overgenomen worden. In de CAO algemene ziekenhuizen is niets opgenomen. Hiervoor zal budget moeten worden gereserveerd. De out of pocketkosten kunnen hoger zijn indien buiten werktijd wordt getraind en geoefend. Daarnaast dient er budget gereserveerd te worden voor uitrusting, oefeningen, opleiding.

18) Moet ik een aansprakelijkheidsverzekering voor mijn BHV’ers afsluiten?

Nee. Verzekeraars doen voorkomen alsof dit noodzakelijk is. Echter, de werkzaamheden van de BHV worden gedaan onder de vlag van het ziekenhuis. Als er dingen misgaan is de instelling verantwoordelijk en wellicht aansprakelijk. Dat er fouten gemaakt worden is inherent. Belangrijk is dat de BHV’er niet buiten zijn competenties gaat. (dus geen been spalken als alleen een LEH gevolgd is). Dit is niet anders dan in het reguliere werk.

19) Moet ik een (aanvullende) ongevals/ziektekosten verzekering afsluiten voor mijn BHV’ers?

Ja. Idee is dat mensen bij naderend gevaar zich in veiligheid brengen. De BHV helpt mensen daarbij en is daardoor langer aan gevaar blootgesteld (denk aan rook, hitte, chemicaliën, stroom, gassen). De reguliere ziektekostenverzekeraar kan moeilijk gaan doen over de vergoeding. Een aanvullende verzekering vanuit de werkgever helpt dan

20) Moet de OR betrokken worden bij de opzet van de BHV?

Ja. De OR heeft instemmingsrecht op (bijna) alles dat te maken heeft met arbeidsomstandigheden. Het verdient dus aanbeveling om reeds in een vroeg stadium de OR te informeren en de doelen en route door te spreken. Ook kan de OR helpen om (verbetering van) BHV bij de RvB te bepleiten.