Wet- en regelgeving

De wettelijke regels met betrekking tot ioniserende straling en meer algemeen kernenergie, staan beschreven in de Kernenergiewet. De Kernenergiewet is een raamwet. In een raamwet worden onderwerpen niet in detail geregeld dat gebeurt via Algemene Maatregelen van Bestuur (besluiten en beschikkingen). In de Kernenergiewet staan onder andere regels met betrekking tot ioniserende stralen uitzendende toestellen en de geldende procedures over het aanvragen van vergunningen. Voor de verdere uitwerking van de regels wordt verwezen naar het Besluit Stralingsbescherming (een uitvoeringsbesluit).

Algemene punten die in acht moeten worden genomen als er wordt gewerkt met ioniserende straling:

Actief stralingsbeleid

Een actief stralingsbeleid vanuit de organisatie: een werkgroep of commissie houdt zich bezig met alle aspecten van stralingshygiëne binnen de organisatie. Dat is meestal een onafhankelijk commissie die een Raad van Bestuur gevraagd en ongevraagd van advies kan voorzien, maar ook toeziet op de juiste toepassing van ioniserende straling binnen de organisatie. Eventueel kan er sprake zijn van meerdere werkgroepen en commissies op verschillende lagen van de organisatie, bijvoorbeeld een centrale commissie met daarnaast een afdelingscommissie. Een centrale stralingscommissie bestaat vaak uit medewerkers uit de organisatie die direct of indirect met straling te maken hebben.

Daarnaast moet de organisatie ook de beschikking hebben over een coördinerend stralingsdeskundige. Dit is vaak een organisatiebrede taak en alleen bij grote organisaties een aparte functie. Indien het een afdeling betreft waar veel met straling wordt gewerkt is er meestal een lokaal deskundige Deze lokaal deskundige is het aanspreekpunt voor zowel de afdeling als de coördinerend deskundige op het gebied van straling voor de afdeling.

Protocollen

De aanwezigheid van werkinstructies en protocollen is wettelijk verplicht. Daarnaast dienen deze protocollen ook actueel te zijn. Is er sprake van een veranderde situatie zullen de protocollen daarop aangepast moeten worden. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen: centrale protocollen (denk bijvoorbeeld aan classificering van medewerkers), afspraken over deskundigheid en lokale protocollen die meer gericht zijn op een specifieke toepassing (bijvoorbeeld de bediening van een röntgensysteem op de afdeling Radiologie).

Bijscholing

Er zijn wettelijke eisen ten aanzien van het mogen toepassen van ioniserende straling. Voor de zorg geldt dat dit een voorbehouden handeling is en dus alleen is toegestaan aan diegenen die ook bevoegd en bekwaam zijn. Er bestaan verschillende niveaus van deskundigheid, waarbij afhankelijk van de functie die de werknemer vervult, een bepaald niveau vereist is. Diploma’s op het gebied van stralingsdeskundigheid kunnen behaald worden bij door de overheid erkende instanties.

Naast het behalen van een vereist diploma dient de kennis van de medewerker omtrent straling ook op peil te zijn. Vanuit de organisatie worden dan ook herhaalcursussen of periodieke scholing aangeboden.

Signalering en voorzorgsmaatregelen

Vanuit de wet zijn een aantal voorzieningen verplicht bij ruimtes waarin ioniserende straling wordt toegepast. Denk hierbij aan waarschuwingsstickers en/of een lamp die aangeeft of het systeem straalt of niet. Daarnaast dient het stralende systeem ook goed onderhouden te zijn. Vaak blijkt dat uit een onderhoudssticker met datum. Dit laatste geldt voor technologie in het algemeen maar omdat stralende apparatuur vaak een hoger risico met zich meebrengt, is het daarbij extra van belang.

Besluit Stralingsbescherming

In het Besluit Stralingsbescherming staan uitgebreide regels over het toepassen van ioniserende straling in o.a. ziekenhuizen. Het Besluit Stralingsbescherming is onderverdeeld in diverse hoofdstukken. Elke hoofdstuk behandelt een bepaald aandachtsgebied van de stralingsbescherming. In hoofdstuk 7 staan regels beschreven over de beroepsmatige blootstelling (dosislimieten, medisch keuring, verplichtingen voor het werken met radioactieve stoffen of ioniserende straling uitzendende toestellen etc.). In hoofdstuk 5 staan de regels voor de bevolkingsblootstelling (de dosislimieten voor de bevolking, monitoring bij een ongevalssituatie etc.). Hoofdstuk 6 van het Besluit Stralingsbescherming gaat over de "medische stralingstoepassingen- en bescherming". In dit hoofdstuk staat onder andere vermeld: voor welke röntgentoestellen vergunningen verplicht zijn, aan welke eisen röntgentoestellen dienen te voldoen (bijv. een alarmsignaal na 5 minuten doorlichting, kwaliteitsborging), aan welke deskundigheidseisen artsen dienen te voldoen (hiervoor wordt vooralsnog verwezen naar het Gezondheidsraad rapport "deskundigheidseisen bij medische stralingstoepassingen" uit 1996), wie er verantwoordelijk is voor de rechtvaardiging van een individuele verrichting/blootstelling etc.

Arboregeling

Hoofdstuk

Besluit Stralingsbescherming

Hoofdstuk 5 Bevolkingsblootstelling

Besluit Stralingsbescherming

Hoofdstuk 6 Medische stralingstoepassingen en - bescherming

Besluit Stralingsbescherming

Hoofdstuk 7 Beroepsmatige blootstelling