Beleidsregel 4.6-1 Voorkomen van calamiteiten bij opslag, gebruik en transport van gascylinders

In gascylinders komen hoge drukken voor tot 200 bar (20 Mpa). Naast de gevaren van de gassen zoals brandbaarheid, corrosiviteit, giftigheid, enzovoorts, levert deze hoge druk extra risico’s op. Een cylinder waarbij bijvoorbeeld de afsluiter afbreekt, ondervindt een zo grote kracht door de druk van 200 bar dat deze zich ongecontroleerd met grote snelheid kan gaan voortbewegen.      
Verwarming of verhitting van de gascylinders veroorzaakt een drukstijging in de gascylinders. Deze druk stijging kan zeer snel zijn en de druk kan hierbij zo hoog oplopen dat een bijzonder gevaarlijke situatie ontstaat.

Er is daarom een Beleidsregel (zie bij ‘Bronnen’ hieronder) opgesteld voor de veilige omgang met gasflessen.

Aandachtspunten zijn:

  • Opslag: zoveel mogelijk buiten de werkruimte. Dit omdat bij aan- en afkoppelen of door het versleten raken van pakkingen lekkages kunnen optreden.  
  • Opslag en het gebruik van gascylinders met brandbare gassen behoort de systematiek van de gevarenzone-indeling te worden gehanteerd, volgens de voorschriften zoals neergelegd in de praktijkrichtlijn NPR 7910. Dit kan leiden tot een indeling in zone 2 waardoor bijzondere eisen worden gesteld aan alle elektrische materialen en apparatuur in de betreffende ruimte.    
  • Acetyleen: dit is een gas met enkele specifieke risico's. Het is een gas dat onder normale omstandigheden al explosief kan ontleden. Daarvoor zijn de gascylinders voor acetyleen op een bijzondere manier toegerust. Er zit een poreus vulmateriaal in de cylinder en het acetyleen is opgelost in propanon (aceton). Acetyleen kan ook in aanraking met koperen onderdelen explosief reageren. Daarom mogen geen zuiver koperen leidingen of appendages worden toegepast bij acetyleen.     
  • Brandbevorderende gassen, zoals zuurstof, zijn geen brandbare gassen maar bevorderen zeer sterk de verbranding van andere brandbare stoffen en materialen. Daarom moeten cylinders met brandbevorderende gassen, zoals zuurstof, altijd gescheiden worden gehouden van andere brandbare gassen. Om diezelfde reden moeten andere koppelingen worden gebruikt voor brandbevorderende gassen dan voor andere gassen. Ook de pakkingen mogen niet van brandbaar materiaal zijn, zoals rubber, neopreen of andere kunststoffen. Draaiende onderdelen die met zuurstof in aanraking kunnen komen mogen niet met vet worden ingesmeerd vanwege het brandgevaar.     



Type risico:
Gevaarlijke stoffen
Niveau maatregel:
Bronaanpak