Werken tijdens zwangerschap en gedurende de periode van borstvoeding

Bij zwangerschap (of een ouderschapswens) is er sprake van aanvullende wet- en regelgeving en is informatie nodig over de speciale gevaren en noodzakelijke maatregelen in verband met zwangerschap. De aanvullende maatregelen zijn nodig ter bescherming van het ongeboren kind, bescherming van de zuigeling (borstvoeding) en de medewerkster zelf.

De beoordeling of werkzaamheden te belastend zijn, is maatwerk. Dit vraagt de inzet van deskundige ondersteuning. De onderstaande tabel geeft aan richting aan de werksituaties die vermeden dienen te worden.

Gedurende de gehele zwangerschap

  • De noodzaak om te bukken, hurken of knielenzoveel mogelijk voorkomen;
  • De noodzaak om met de hand gewichten te tillen zoveel mogelijk beperken;
  • Het in één handeling te tillen gewicht mag niet hoger zijn dan 10 kilogram.
  • Staan dient zoveel mogelijk beperkt te worden, vooral in het derde trimester van de zwangerschap


Vanaf de twintigste week van de zwangerschap

 

  • Gewichten van meer dan 5 kilogram mogen niet meer dan 10 keer per dag met de hand worden getild.

 
Vanaf de dertigste week van de zwangerschap:

  • Gewichten van meer dan 5 kilogram mogen niet meer dan 5 keer per dag met de hand worden getild;
  • Zwangere  werkneemsters  mogen  niet  worden verplicht dagelijks meer dan eenmaal per uur te hurken, knielen, bukken of staande voetpedalen


De werkgever organiseert het werk van een zwangere werknemer en werknemer die borstvoeding geeft zodanig dat de arbeid geen gevaren met zich kan brengen voor haar veiligheid en gezondheid en geen terugslag kan veroorzaken op de zwangerschap of de borstvoeding. Hoe moet dit? Ook dit is maatwerk waarbij deskundig advies nodig is.

De beleidsregels (zie hieronder bij bronnen) geeft een overzicht van bepalingen en spelregels bij medewerkers die zwanger willen worden, zwanger zijn en/of lacteren tot maximaal 6 maanden na de zwangerschap.  

Voorlichting is aan zwangere werknemers is van belang. Hierin schenkt men aandacht aan  risico’s van het werk voor werknemer en haar (ongeboren) kind en de genomen maatregelen om deze risico’s te voorkomen. Bij deze voorlichting wordt ook aandacht besteed aan de rustruimte binnen het bedrijf. Voorlichting vindt plaats binnen twee weken nadat de zwangere werknemer aan de werkgever gemeld heeft zwanger te zijn. Tevens geeft de werkgever voorlichting aan de werknemer vóór het bevallingsverlof over de risico’s van het werk voor de pas bevallen werknemer en de genomen maatregelen om deze risico’s te voorkomen. Deze voorlichting betreft ook informatie inzake risico’s van het werk voor kwaliteit en kwantiteit van de borstvoeding en de genomen maatregelen om deze risico’s te voorkomen.

Type risico:
Fysieke belasting
Niveau maatregel:
Collectieve maatregelen
Randvoorwaarden:

Randvoorwaarde is dat werkgevers hieromtrent afspraken op papier hebben staan. Een helder en toegespits informatiedocument kan hierbij helpen. Kosten kunnen minimaal zijn, terwijl de baten zich moeilijk laten berekenen (goed werkgeverschap, geen aansprankelijkheid, etc.). Goede en onafhankelijke voorlichting inzake dit onderwerp is eveneens een randvoorwaarde.