Criteria

Wat zijn criteria?

Met de criteria kunt u oplossingen beoordelen die niet in het oplossingenboek staan. Indien uw oplossing voldoet aan de criteria kunt u er vanuit gaan dat de oplossing van een zelfde beschermingsniveau is als de oplossingen in het oplossingenboek. Wilt u uw eigen oplossing dan aan ons melden? Dan kunnen wij uw oplossing plaatsen in het oplossingenboek. Zie Contact

Criteria

Aan welke criteria moet een BHV voldoen? Zoals opgemerkt in de branchenorm wordt uitgegaan van een integrale benadering, ambitieniveau en risicodenken.
Het is wellicht goed om bij de opzet van de BHV zowel top-down als bottom-up te werken.
Laat de afdelingen bepalen welke maatgevende scenario’s zij voor zich zien. Van daaruit kan op centraal niveau bekeken worden wat er voor de hele instelling nodig is.
Een mogelijke conclusie kan zijn dat de grootte en zwaarte van de BHV niet te realiseren is, zeker niet 24/7. Op dat moment dienen andere risico reducerende maatregelen te worden genomen. Denk hierbij aan zaken als: automatische blusinstallaties (sprinkler, watermist), extra compartimentering, extra noodstroomvoorzieningen, etc.
Het nemen van maatregelen, of dat nu B/I of O of een combinatie is, kost tijd, geld en planning. Dit kan betekenen dat een periode is dat men van O/O (onbewust onbekwaam) naar bewust onbekwaam gaat. De stap naar Bewust bekwaam (alles op orde) komt, maar kost tijd. De tussenliggende periode is lastig. De Raad van Bestuur moet besluiten hoe hiermee om te gaan. Het nemen van O maatregelen kan wellicht door inhuur van externe brandwachten.

Maatgevende factoren

Met welke incidenten moet rekening worden gehouden?
De bekendere zijn brand en ongeval (bijv hartstilstand). In “Brandveiligheid voor jeugdinstellingen en ziekenhuizen) staat op blz 42/43 het volgende overzicht:

Hoe hiermee om te gaan?

Een manier is om dit én centraal én decentraal (per afdeling) te doen. De preventiemedewerker van de afdeling kan hierin de procesbegeleiding doen. Op centraal niveau kan coördinatie door bijvoorbeeld de arbodienst, hoofd BHV of veiligheidskundige plaats vinden.

Afdeling:

  • Stel een team samen dat hiermee aan de slag gaat.
  • Bepaal welke van bovenstaande verstoringen realistisch zijn.
  • Bepaal de effecten (voor een kantoor afdeling is een stroomstoring veel minder ernstig dan voor een IC).
  • Sommige effecten leiden niet direct tot een probleem. Uitval van verwarming kan in de winter voor de IC acuut zijn, maar voor een kantoor afdeling niet. Houdt hiermee rekening bij het opstellen van het lokale noodplan.
  • Bepaal of de bestaande maatregelen voldoende zijn (kan een brand te groot worden?, zijn er altijd voldoende BHV’ers?, leidt waterschade tot onherstelbaar verlies van data (bijvoorbeeld dia collecties, röntgen archief).
  • Maak een overzicht en bespreek dit met de centrale coördinator.

Na het inzichtelijk krijgen van alle afdelingen kan bekeken worden wat er op centraal en lokaal niveau aangepakt moet gaan worden. Dit uiteraard tegen het (eerder) door de RvB geformuleerde beleid en de daarbij behorende ambities. (zie: Maatgevende scenario’s)