Bedrijfshulpverlening

Bedrijfshulpverlening

Bedrijfshulpverlening (BHV) is één van de drie pijlers van brandveiligheid. De andere twee zijn Bouwkunde en Installatietechniek. BHV is een onderdeel van de bedrijfsnoodorganisatie (BNO). Doel van de BNO en daarmee de BHV is het voorkomen van- en beperken van de gevolgen van- incidenten en het zo snel mogelijk weer terugkeren naar de normale situatie. Welke die incidenten zijn en hoe hiermee wordt omgegaan is onderwerp van deze Arbocatalogus.
Daarnaast komt aan bod hoe een BHV kan worden opgezet, waaraan gedacht moet worden, hoe de BHV in stand moet worden gehouden en welke rollen er ingevuld moeten worden.

Bedrijfsnoodorganisatie (BNO)

De noodorganisatie is ervoor om ervoor zorg te dragen dat incidenten (welke volgt uit de maatgevende scenario’s) zoveel mogelijk worden voorkomen en indien ze toch gebeuren ervoor te zorgen dat de gevolgen zoveel mogelijk beperkt blijven en zo snel mogelijk teruggekeerd kan worden naar de normale situatie. De BHV is een onderdeel van de BNO. De BNO is vaak organisatorisch opgehangen onder een Hoofd Facilitaire Diensten. Het Hoofd BNO kan een veiligheidskundige zijn. Het hoofd BHV heeft vaak een brandweer achtergrond. Afhankelijk van de grootte en zwaarte van de BNO / BHV worden hogere eisen gesteld.

Bedrijfshulpverlening (BHV)

De bedrijfshulpverlening is het uitvoerende deel van de BNO en heeft, afhankelijk van de maatgevende scenario’s diverse taken. Meestal zijn dit: ontruimen en het geven van LEH (levens-reddende eerste hulp). Soms komen daar zaken bij als: het opruimen van chemicaliën spills (bij-voorbeeld chemo), het assisteren van de OHD (openbare hulpverleningsdiensten), het helpen bij een ZIROP situatie, en beveiligingstaken. Ook kan de BHV preventief optreden, o.a. door het lopen van rondes, controle op blusmiddelen, open deuren, gevaarlijke situaties etc.

Calamiteit

Een onverwachte gebeurtenis met grote gevolgen. Calamiteiten kunnen in- of extern zijn. Voor de BNO zijn de interne van belang (brand, stroomstoring, chemicaliën spill). Soms heeft de BNO een rol bij externe incidenten, als ZIROP in werking treedt en de BNO hand en span diensten kan verrichten.

Openbare Hulpverlenings Diensten (OHD)

Deze worden onderverdeeld in ‘rood, wit en blauw’: brandweer, ambulance en politie. De OHD is onderverdeeld in veiligheidsregio’s. Er is tegenwoordig een gemeenschappelijke meldkamer. Bij een calamiteit in een instelling rukt de brandweer vaak direct met meer materiaal uit dan bij bijv brand in een woonhuis. Voor iedere instelling heeft de brandweer een ‘aanvalsplan’ waarin essentiële zaken over de instelling staan: zoals de stroomvoorziening, de ontmoetingsplek met de BNO, de opslag van gevaarlijke stoffen en een overzicht van de verdiepingen en afdelingen. Bijzonder zaken als IC en OK, de afsluiters van gassen staan alle vermeld.

Crisisteam

Iedere instelling heeft als het goed is een crisisteam. Afhankelijk van de aard van de crisis kan het team een andere samenstelling hebben. Er is in crisismanagement veel overeenkomst tussen een interne crisis zoals brand of een externe waarbij de ZIROP actief wordt. Vaak is er een beleidsteam en een operationeel team. In de ZIROP handboeken en het interne noodplan wordt dit verder beschreven.

Ziekenhuis Rampenopvang Plan (ZIROP)

Dit gaat over de opvang van patiënten door een calami-teit elders. Er zijn situaties denkbaar waarbij zowel het interne noodplan als ZIROP actief worden. Denk aan een calamiteit intern met slachtoffers die intern worden opgevangen op de eigen SEH/IC/OK.

Maatgevende scenario’s

Maatgevende scenario’s: Er kan van alles gebeuren, van een klein brandje tot aan een vliegtuig dat neerstort op de instelling. In een noodplan worden alleen dié scenario’s meegenomen die realistisch zijn en waar de BNO tegenop gewassen is.

Om de BNO en BHV op maat te maken voor de eigen instelling is het noodzakelijk om inzicht te krijgen in de maatgevende scenario’s. De arbo-coördinator hoeft niet de leiding te nemen in dit proces, vaak is dat een veiligheidskundige (intern of van een adviesbureau), maar het is voor de arbo-coördinator wel van belang inzicht te hebben.

Het proces kan er als volgt uitzien:

  • Bepalen ambitieniveau
  • Bepalen van het team dat dit proces uitvoert
  • Bepalen welke scenario’s worden meegenomen
  • Bepalen hoe met de scenario’s wordt omgegaan
  • Bepalen van de grootte en kwaliteit van de BNO
  • Bepalen of er aanvullende bouwkundige en of technische maatregelen nodig zijn
  • Opnieuw bepalen van grootte en kwaliteit van de BNO
  • Accordering door de RvB
  • Borging in kwaliteitssysteem

In veel ziekenhuizen is er al een BNO. Vaak wordt uitgegaan van ‘standaard’ scenario’s zoals brand op een patiëntenkamer. Echter, keer op keer worden instellingen verrast door de omvang en de gevolgen van incidenten. Om ervoor te zorgen dat er bewuste keuzes gemaakt kunnen worden is het uitvoeren van maatgevende scenario sessies van belang. Dit kan voor de bestaande situatie, en moet zeker bij nieuw- en verbouw.

Het bepalen van het ambitieniveau geeft helderheid omtrent de zwaarte van de maatregelen die moeten worden genomen. Dit ambitieniveau moet door de RvB worden uitgesproken en gedocumenteerd. Voor een IC/OK kan het bijvoorbeeld zijn dat ondanks een incident het complex (deels) moet kunnen blijven functioneren. Voor administratieve afdelingen kan het niveau lager liggen, zeker als er ‘turn key’ ruimte in de buurt beschikbaar is.

Team: het is goed om een multidisciplinair team in te zetten, bijvoorbeeld bestaande uit: een medicus, verpleegkundige, bouwkundige, technicus, (hoofd) BHV, hoofd facilitair. Een procesbegeleider is noodzakelijk. Dit kan een veiligheidskundige zijn.

Bepalen scenario’s
In het boekje: brandveiligheid voor jeugdzorg en instellingen worden op blz 42 al een aantal incident typen benoemd. Dit kan een goede start zijn. De groep bepaalt welke er bij/af kunnen. Vervolgens wordt per incident bepaald waar dit kan optreden en wat de (maximale) gevolgen kunnen zijn.

Nadat deze in kaart zijn gebracht moet bepaald worden hoe met deze incidenten wordt omgegaan. Dit bepaalt de grootte en zwaarte van de BNO. Het kan zijn dat blijkt dat een scenario strijdig is met het ambitieniveau. (verlies van gehele OK complex). Dan moet bekeken worden welke maatregelen genomen moeten worden om het maximale effect zodanig te reduceren dat het ambitieniveau wél wordt gehaald. In de praktijk betekent dit vrijwel altijd een combinatie van bouwkundige, technische en organisatorische maatregelen.

Nadat de groep alles in kaart heeft gebracht en de verbeteringen beschreven, zal de RvB haar akkoord moeten geven. Tot slot moet bewaakt worden dat er bij veranderingen (een deel van) het proces opnieuw wordt doorlopen. Borging kan door het element op te nemen in het kwaliteitssysteem (NIAZ/JCI of aanverwante).

Een voorbeeld:
Algemeen ziekenhuis gaat een nieuw pand bouwen. Tijdens de sessie komt het OK complex voorbij: de verschillende scenario’s worden besproken: brand, uitval utiliteitsvoorzieningen, chemicaliën spill. Het blijkt dat op basis van de geplande voorzieningen een brand in een OK eenvoudig tot verlies van het gehele complex kan leiden, cq dat door rook/warmte schade het complex langere tijd niet beschikbaar is.
Omdat voor de nieuwbouw de RvB hoge ambities tav zorg en veiligheid heeft uitgesproken wordt bekeken welke maatregelen genomen moeten worden. Een optie is om het complex zó uit te voeren dat bij een calamiteit slechts de helft verloren gaat. Een andere is om het voorzieningen niveau omhoog te brengen: detectie en automatische blussing. Ook wordt gekeken naar de bezettingsgraad, het aantal benodigde BHV’ers en de mogelijkheden voor uitwijken naar een ander ziekenhuis. Uiteindelijk wordt besloten om:

  • Het OK complex niét te scheiden. Dubbeling van alle voorzieningen, ringleidingen etc is gelet op de kans en effect te kostbaar.
  • Wél aanvullende maatregelen te nemen: totaaldetectie, blussers en dekens op de OK’s, extra afsluiters voor gassen, reductie van opslag, watermist installatie
  • BHV opleiding en training voor alle OK assistenten. Periodieke brandblustraining voor hele OK personeel (incl medici)
  • Om bij een incident snel capaciteit te hebben wordt bekeken of naast het ziekenhuis ruimte is vrij te houden om nood OK’s te plaatsen. De grond kan worden geprepareerd (stelcon platen) en alle aansluitingen al gemaakt (data, gassen, water, stroom etc). Logistiek gezien kan het. Dit wordt gezien als een goede ‘fall back’ die kwalitatief hoogwaardig is en geen te hoge kosten met zich meebrengt.

Dit besluit wordt voorgelegd aan de bouwdirectie en die brengt het in bij de RvB. Deze accordeert de aanvullende kosten.
Tijdens het bouwproces wordt bewaakt dat het afgesproken ambitieniveau wordt gehaald.
In de gebruiksfase vinden periodieke controles plaats.
Er wordt voor gezorgd dat bij aanpassingen (technisch, bouwkundig, organisatorisch) de oorspronkelijke uitgangspunten worden bewaakt.
Nieuwe ontwikkelingen worden gemonitord en periodiek gecheckt of deze van invloed kunnen zijn op de uitgangspunten.

Deze cyclus van checks & balances kan het beste in het kwaliteitssysteem van het ziekenhuis (bijv NIAZ) worden ondergebracht.

Levensreddende eerste hulp (LEH)

Veel BHV’ers leren in hun opleiding de basisprincipes van LEH. In een instelling zullen er afspraken gemaakt moeten worden over wie wat doet (denk aan inzet crashteam en zo).

Ontruimer

Een van de taken van de BNO is het helpen met het ontruimen van een afdeling naar een veilige plek. BHV’ers worden opgeleid en getraind als ontruimer. Daarnaast is het mogelijk om medewerkers (geen BHV’ers) puur als ontruimer in te zetten. Denk aan een kantoorflat van een ziekenhuis.

Firefish

Firefish >

Rollen

In een instelling zijn ten aanzien van de BNO/BHV meerdere rollen te onderscheiden. Uiteraard is niet iedere instelling hetzelfde, dus er kan lokaal gevarieerd moeten worden. Onderstaande is dan ook een suggestie. Belangrijk is dat:

  • Rollen zijn benoemd
  • Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn beschreven
  • Er een eigenaar van het systeem is benoemd
  • Het systeem meebeweegt met de organisatie

Raad van Toezicht

Controleert de RvB op afstand. Belangrijkste instrument voor de RvT is de managementreview. Dit kan zijn in de vorm van een jaarverslag of van audits van het kwaliteitssysteem.

Raad van Bestuur

De RvB is hoofdverantwoordelijk voor de veiligheid. Zij beslist over de verdeling van de aanwezige middelen en bepaalt het ambitieniveau. Veiligheid, en dus ook ziekenhuisveiligheid, inclusief crisis-management en BHV, dient bij een van de leden van de RvB belegd te zijn. Soms stopt de verant-woordelijkheid één niveau onder de RvB, dit is echter niet wenselijk.

Afdelings / divisie hoofden

Het afdelingshoofd is verantwoordelijk voor de veiligheid op zijn afdeling(en). Ten aanzien van BHV is hij het die voldoende medewerkers moet vrijmaken. Ook is hij verantwoordelijk voor het up to date zijn van kennis en competenties van medewerkers en het (laten) uitvoeren van oefeningen.

Medewerkers

Medewerkers moeten (oa vanuit de Arbowet) meewerken aan opleiding en training. Kennis van de eigen afdeling is essentieel. Onderdeel daarvan is te weten hoe te reageren bij incidenten, hoe er ontruimd gaat worden. Ook zijn medewerkers diegenen die de patiënten en bezoekers informeren over de veiligheid op de afdeling. Uiteraard melden zij gevaarlijke situaties en (bijna) incidenten en zorgen zij ervoor dat de afdeling is opgeruimd, er niet teveel voorraden zijn (denk aan brandbare stoffen zoals handenalcohol) de nooduitgang(en) vrij zijn, de gangen niet versperd worden door bedden etc. De brandblusmiddelen bereikbaar zijn en weten hoe deze en andere hulpmiddelen te gebruiken.

BHV’ers

Hier maken we onderscheid tussen het Hoofd BHV en de BHV’ers.
Het hoofd is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de BHV organisatie. Daarvoor heeft hij bevoegdheden en budget. Ook is hij verantwoordelijk voor het houden van oefeningen. Afhankelijk van de manier waarop de instelling is georganiseerd zal de verantwoordelijkheid voor zaken als: het noodplan, de ontruimingsplattegronden, de brandblussers, BMC etc apart belegd zijn bij bijvoorbeeld Facilitair, Techniek, Veiligheidskundige etc.
De BHV’ers zijn verantwoordelijk voor het operationeel optreden. Zij fungeren als 1e lijns verdediging en helpen bij: ongevallen, ontruimen, bestrijden van een beginnende brand, het opruimen van chemicaliën Spills, stroomstoring etc. (zie de lijst van maatgevende scenario’s). Uiteraard is dit begrensd door de kennis en vaardigheden van de BHV’er.

Ploegleiders BHV

Bij grotere BHV’s kan deze bestaan uit meerdere ploegen. Zo’n ploeg wordt dan geleid door een ploegleider. Deze heeft aanvullende opleidingen en trainingen gehad. De ploegleider geeft leiding aan een ploeg: stuurt deze aan, communiceert en fungeert als ‘linking pin’. De ploegleider overziet de situatie en let daarbij op de veiligheid van zijn ploeg en het uitvoeren van de werkzaamheden. De ploegleider kan meedoen maar kan vaak beter afstand en daarmee overzicht bewaren.

Naast de interne rollen zijn er ook externen die een rol vervullen bij (de voorbereiding op) incidenten. Omdat dit er veel zijn benoemen wij hier de belangrijkste:

Gemeente

De Gemeente is het bevoegd gezag voor het afgeven van de gebruiksvergunning. Deze maakt tegenwoordig deel uit van de omgevingsvergunning. Om een gebruiksvergunning te krijgen of te houden dient onder meer een ontruimingsplan te worden ingeleverd (conform NTA 8112) en dient helder gemaakt te worden dat de interne noodorganisatie op orde is. Daarnaast worden eisen gesteld aan de bouwkundige en installatietechnische eisen. Wie verantwoordelijk is voor het ontruimings- en -noodplan) aan instellingzijde is aan de instelling.

Brandweer

De brandweer adviseert de gemeente over de gebruiksvergunning. Ook komt de brandweer periodiek langs voor inspectie. Ook kan de brandweer langs komen voor afstemming over het aanvalsplan en voor het up to date houden van de kennis over de instelling bij de uitrukdienst.

Zie ook: artikel uit ‘de ziekenhuiskrant’ van mei 2012 (pdf)

Bevelvoerder Brandweer

Bij een melding zal de brandweer uitrukken. De bevelvoerder van het eerst aankomende voertuig (meestal een tankautospuit (TAS) neemt de leiding. De bevelvoerder wil opgevangen worden door een gids die hem verdere informatie kan geven over het incident en hem naar de plaats incident leidt.

OvD en HOvD

Bij een echte brand in een instelling wordt door de brandweer vaak direct ‘middelbrand’ gegeven. Dit betekent dat er 2 TAS uitrukken en dat er een Officier van Dienst (OvD) wordt opgeroepen. Bij grotere branden kan dit ook een Hoofdofficier van Dienst zijn (HOvD). Deze neemt dan de leiding ter plaatse over en communiceert met het operationele team van de gemeente indien er daar wordt opgeschaald (GRIP)

IGZ

De Inspectie is zowel beleidsmatig als handhavend belast met de kwaliteit van zorg. Het omgaan met incidenten is daar onderdeel van. De IGZ kan tijdens audits het kwaliteitssysteem doorlichten en dan ook naar o.a. de brandveiligheid vragen.

Patiënten / Patiëntenverenigingen

Er wordt veel over de patiënten beslist. Een van de dingen is hoe er met patiënten wordt omgegaan in geval van een incident. Omdat communicatie mét patiënten steeds belangrijker wordt verdient het aanbeveling om ervoor te zorgen dat (vertegenwoordigers van) patiënten inzicht krijgen in het noodplan, de mogelijkheden en onmogelijkheden en eventuele dilemma’s. Ook zal iedere patiënt bij opname verteld moeten worden wat de procedures zijn bij een incident. Juist het feit dat incidenten zeldzaam zijn én dat patiënten over het algemeen niet-zelfredzaam zijn maakt dat zij op de hoogte gesteld moeten worden. Uiteraard strekt deze informatievoorziening zich ook uit naar de directe betrokkenen van de patiënt.

 
Klik voor meer informatie op een van de tabbladen.